De Frieslanddag 2018

Het jaarlijkse hoogtepunt van de zeilcursus.()Wij zijn CWO-1ers, dus onervaren, heel spannend, we leven  er naartoe. De hele week volgen we de weersvoorspelling, dat lijkt helaas niet veel goeds te brengen: regen is voorspeld. Dan komt er ook nog een virus voorbijvliegen, waardoor mijn bootmaatje en ik, redelijk geveld zijn en kuchend en hoestend overwegen om niet te gaan, maar… dankzij alle enthousiaste verhalen van eerdere deelnemers, gaan we ervoor. De ervaren cursisten hebben ons uitdrukkelijk duidelijk gemaakt dat je dit echt moet meemaken. Al snotterend en volgepakt met zakdoekjes monsteren we aan. Met Francien en Mirjam en nog een extra verstekeling in de auto gaan we richting Eernewoude, opstapplaats camping It Wiid.

De plek die ik het laatst schaatsend heb gezien, jaren geleden, maar nog steeds bijzonder mooi op het netvlies. We komen aan, zonder een zuchtje wind. Maar… de zon schijnt. Weeronline.nl had het weer mis:-) Beter zon en geen wind, dan wind en regen, denkt een CWO-1er dan…. Na de fantastische presentatie van Annemieke Bes, afgelopen zondag, te hebben aangehoord, weet ik dat er ergens een ommekeer gaat komen. Ik schat in dat wij na CWO2 al denken: Beter regen en wind dan zon en vlak water.

Nadat iedereen gearriveerd is en sommigen voor de zekerheid al 2 keer naar de wc zijn geweest (of zijn het de zenuwen?) stappen we aan boord. Marcel is onze (bege)leider en geweldige aanvoerder voor deze dag. Hij krijgt het nog zwaar. Met 3 vrouwen in de boot, die vrijwel alle theorie kwijt zijn na de zomervakantie. We varen als een van de laatsten uit, kiezen achteraf gezien, niet de handigste route, waarna we na 2 uur te horen krijgen, dat we de lunch in Grou wel kunnen vergeten. Les 1. Neem altijd wc papier en genoeg eten en drinken mee. We varen een tegendewindse koers in een kilometerslange sloot van 20 meter breed. Belangrijke 2e les: Nooit een lange sloot proberen tegen de wind in te varen, dat duurt eeuwen. Noodgedwongen lassen we een natuurplaspauze in op een eilandje waar de resten van een prachtig paviljoen liggen. Les 3: zoek een route met paviljoens die open zijn. Maar als Marcel aangeeft dat we echt niet meer op tijd in Grou kunnen komen, ontstaan er krachten die we nog niet eerder in de boot hadden. Marcel gaat zelf even aan het roer zitten en dat scheelt wel iets, we verliezen niet steeds teveel hoogte. Les 4: Doorgaan met CWO 2 en3 levert veel op. Het gaat om de details. Na een tijdje zien we een kerktoren en zien we het onmogelijke gebeuren. Grou toch in zicht. Wordt het toch nog lunchen op een echt terras, in plaats van onze schaarse proviand te rantsoeneren en met knorrende magen terug te keren naar It Wiid?

Wonder boven wonder(zelfs Marcel kan het niet geloven) zitten we na 4 uur aan de lunch, maar goed ook, want de Frieslanddag was natuurlijk geen hoogtepunt geweest als we het enkel met een zakje dropjes en pinda’s hadden moeten doen. Het aanleggen was ook nog even een puntje van aandacht. Dat was zeker les 4. Deze situatie stond ook niet in ons CWO1 theorieboekje. Het aanleggen zullen we nog eens onder het genot van een biertje met Andre moeten doorspreken. De lunch was trouwens overheerlijk! Daar troffen we, volledig verwacht, de andere VWDTP-ers, de meesten waren al aan de koffie. Om een uur of half 3 stapten we weer in de boot én we vliegen bijna terug. Les 5: De heen en terugreis kan qua afstand hetzelfde zijn, qua tijd een factor 10 uitmaken. Met name bij smalle slootjes. Op de terugweg kregen we nog een flinke uitdaging voor de kiezen. Loskomen van lagerwal. Tja, dat was zeker les 6. Zorg niet dat je aan lagerwal vastloopt. En al helemaal niet op een plek waar veel boten langsvaren, met goedbedoelde ervaren adviezen! Toen we na een half uur weer los kwamen, hebben we  nog een tijdje met  2 skûtsjes aan zij gevaren, dat werd een beetje passen en meten. Maar we waren bijna net zo snel. We waren niet helemaal zeker ervan of het skûtsjes waren, maar met behulp van de analyse van het gemaakte filmpje en wikipedia weten we het nu vrijwel zeker.

Een skûtsje is kleiner dan de skûte.[1] Het onderscheidt zich verder van andere tjalken doordat het:

  • in Friesland is gebouwd
  • niet langer is dan 20 m
  • gebouwd is voor zeilend vrachtvervoer op het binnenwater
  • Een skûtsje heeft maar 1 mast. De oude schepen hadden bruine zeilen, tegenwoordig is de fok vaak wit. Het grootzeil heeft bovenlangs een gaffel.
  • De schepen hebben zwaarden die het verlijeren tegengaan.
  • De helmstok van het roer is vaak versierd met een klik, een opgezet stuk beschilderd hout. Op de oudste klikken was aan de hak vaak een rood-wit-blauw klaverblad geschilderd. In het Fries Scheepvaart Museum zijn een twintigtal klikken te zien.
  • Er zijn meerdere tekens op skûtsjes te herkennen, zoals het pentagram[3], het Andreaskruis[4], tekens op de roerklik[5].

Het scheelde nogal dat we op de terugweg, wel de goede route hadden gekozen, want we zijn als laatste vertrokken uit Grou, maar waren bijna als eerste terug, ondanks onze aanlagerwal actie. Daar stonden allerlei heerlijke hapjes klaar, met als hoogtepunt; warme hotdog met zuurkool. Zelfs aan de vegetariërs (waarvoor dank!) was gedacht. Na een heerlijke dag, met toch nog een windkracht 3 en een heerlijk zonnetje, kwamen we met verbrande neusjes thuis (). De Frieslanddag: voor Annemieke Bes nu een lachertje, voor ons een enorme uitdaging. Maar mogelijk inspiratie voor een enkeling om uiteindelijk de Volvo Ocean Race te gaan doen.  We hebben nog veel te leren. Maar de belangrijkste les: Maak vooral veel fouten, daar leer je het meeste van.

Meer foto’s

terug naar overzicht